Wetenschappelijke informatiedatabase tegen het gebruik van dierproeven

Verslag publieksdebat 7 februari

Gepubliceerd op: 08-02-2009

Op zaterdag 7 februari 2009 organiseerden de stichting Dier, Wetenschap & Maatschappij, Nationaal Centrum Alternatieven voor dierproeven (NCA), ZonMw (de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) en Universitair Medisch Centrum Utrecht een publieksdag over ‘maatschappelijk verantwoord proefdiergebruik’.

Natuurlijk juichen we elk debat rond dierproeven toe, in de hoop dat de conclusie is dat dierproeven niet meer zullen plaatsvinden. Bite Back had dan ook enkele afgevaardigden naar het debat gezonden. Meestal zijn het enkel de doorsnee dierenbeschermingsorganisaties, zoals de Dierenbescherming en Proefdiervrij, die bij een dergelijk debat betrokken worden, terwijl een radicalere stem niet gehoord wordt. De Dierenbescherming en Proefdiervrij gaan namelijk volledig mee in de promotie van de 3V's: Verfijning, Vermindering en Vervanging. Je hoort zelden pleiten om enkel voor de laatste V te gaan. Bite Back gaat echter resoluut voor de 1 A, oftewel: het onmiddellijk Afschaffen van alle dierproeven.

Dit doen we niet enkel vanwege de ethiek, dus omdat men dieren gebruikt en leed berokkent, maar ook vanwege het wetenschappelijk argument en het gevaar dat dierproeven opleveren doordat de resultaten niet toepasbaar zijn op de mens.

Deze twee punten die we aanbrengen tegen dierproeven - het belang van de dieren en dat van de mens - zijn zeer nauw met elkaar verweven. Het is geen toeval dat uit de mensenrechtenbeweging van vroeger ook dierenrechtenbewegingen ontstonden. Het een sluit het ander zeker niet uit. Wij willen niet dat mensen de dupe worden van de medische sector.

Daarom hebben we tijdens het debat niet enkel de dierenrechten belicht, maar ook de medische en wetenschappelijke kant van dierproeven. Zowel mens als dier hebben er alle baat bij dat dierproeven stoppen.

Inleiding van de dag

De dag begon met een korte inleiding van Coenraad Hendriksen (NCA). Daarna nam de heer Henk Smid het over. Deze hield een presentatie van een kwartier. Daarin werd duidelijk gemaakt dat een dierproef alleen uitgevoerd mag worden als het doel niet op een andere manier te bereiken valt. De vraag die wij ons hierbij stellen, is wat dat doel dan is. Is het doel de genezing van een patiënt of het voorkomen van een ziekte? Vaak draait het vooral om de genezing, of het 'een beetje beter maken' van de patiënt (lees: symptomenbestrijding). Helaas had ik geen mogelijkheid om hierover een vraag te stellen, maar ik vraag me af of een Dier Experimenten Commissie (DEC) zich bij het goedkeuren van een proef ooit afvraagt of onderzoek naar preventie niet meer zou kunnen opleveren.
Zelf heb ik ooit een symposium van de DEC-VU bijgewoond, waarin duidelijk werd dat ze enkel naar de inkomende aanvraag kijken en niet naar het breder kader. Daarom gaan dierproeven vaak door, terwijl het geld dat aan de proef besteed wordt (een proef die niet eens duidelijkheid oplevert of het bij de mens ook zal werken) waarschijnlijk beter in preventiemaatregelen zou kunnen geïnvesteerd worden. Deze preventie levert vaak meer op.

Henk Smid gaf toe dat meer openheid positief zou zijn, en dat ook slechte resultaten openbaar zouden moeten gemaakt worden. Hier kan ik het enkel mee eens zijn, omdat openheid duidelijk het falen van dierproeven zou verduidelijken.

Presentaties

Na deze inleidende praatjes kwamen er drie wetenschappers aan het woord van alternatievenprogramma’s van ZonMw. De eerste was Geny Groothuis van de Rijksuniversiteit van Groningen. Deze doet onderzoek naar alternatieven met menselijk weefsel. Dit was zeer interessant. Vooral ook omdat hij meermaals aangaf dat het diermodel geen goed model voor de mens is. Het verbaasde mij eerlijk gezegd wel, omdat ondanks zijn benadrukking van dit feit, zijn conclusie niet was dat dierproeven niets toevoegen of een gevaar voor de mens betekenen, terwijl dat mijns inziens een logische conclusie zou zijn geweest.

 Toch is het al een hele verbetering om dit ook eens vanuit de ‘sector’ te horen.
Ik weet nog goed hoe er tijdens het eerder aangehaalde symposium van de DEC benadrukt werd dat de filosofie achter dierproeven - door Claude Bernard gestart - is dat dieren meer mens zouden zijn dan mensen zelf. Deze wetenschapper gaf echter een heel ander signaal, namelijk dat dieren geen goed model vormen. Vandaar dat menselijk weefsel en andere mensspecifieke benaderingen de toekomst zijn en niet dierproeven. De presentatie was verder heel duidelijk, ook voor leken.

De tweede presentatie kwam van Timo Breit van de Universiteit van Amsterdam. Deze hield een uiteenzetting over genetische biomarkers. Hij gaf aan dat het onder levenswetenschappers niet erg leeft om alternatieven te vinden en daar meer in te investeren. Deze presentatie ging veel meer de diepte in. Complimenten aan Timo Breit voor de heldere en duidelijke uitleg. In zijn presentatie legde hij uit dat als een vreemde stof in het lichaam binnendringt, een bepaald gen zal aanslaan. Vroeger kon men testen voor 1 tot 25 genen, maar tegenwoordig kan men een analyse maken tot 25.000 genen. Hieruit kan men concluderen of een stof schadelijk is. Breit sloot dierproeven echter niet uit, omdat hij niet wist of deze methode alles kon uitsluiten. Interessant dat hij aangaf dat het beter is om te richten op de nieuwe generatie om verandering te brengen. Zeker iets om mee te nemen.

De derde presentatie werd gegeven door Cyrille Krul van TNO. Bij TNO werken ze o.a. met dynamische maagdarmmodellen voor het testen van o.a. de voedselveiligheid. Zo toonde ze met filmpjes aan hoe deze machines werkte. Een zeer interessante presentatie.  Krul gaf ook voorbeelden van voedsel dat getest wordt op dieren, zoals Yakult en Becel Pro-active.  Met hun machine kunnen ze testen hoe iets in het lichaam wordt verwerkt. Ze gaf aan welke beperkingen het maagdarmmodel had, maar zette ook de voordelen neer tegenover een diermodel.

Prijsuitreiking

Tijdens de publieksdag werd de Willy van Heumen-prijs voor het stimuleren van alternatieven voor dierproeven uitgereikt. Deze werd overhandigd door Henk Jan Ormel van het CDA. Een rare keuze, omdat Henk Jan Ormel en het CDA niet bepaald bekendstaan als diervriendelijk. Henk Jan Ormel is overduidelijk voor dierproeven; al steunt hij  natuurlijk ook de 3V’s. Als tegengewicht zat er gelukkig  wel een afvaardiging van de Partij voor de Dieren in de zaal, namelijk Esther Ouwehand.

De prijs ging uiteindelijk naar Prof. Dr. Tom Huizinga van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Prof. Dr. Tom Huizinga ontwikelde samen met TNO een nieuw proefdiervrij onderzoeksmodel voor reuma. Opmerkelijk is wel dat hij aangaf dat hij uiteindelijk toch dierproefmodellen gaat gebruiken om zijn behandeling nog eens extra te testen. Het proefdiervrije model zou ook geschikt zijn voor onderzoek naar artrose.

Reuma

Het is duidelijk dat men zich moet richten op een alternatief voor de ontwikkeling van behandeling voor reumapatiënten. Vreemd is echter dat men dit proefdiervrije model alsnog op dieren wil gaan testen.
De ‘reuma’ in dieren, oftewel de symptomen, worden kunstmatig gecreëerd. Een boek over diermodellen voor reumatische ziekten gaf al eerder toe dat er gewoon geen goed model is. De auteurs stelden: “Unfortunately there are no perfect nonhuman animal models for the study of rheumatism diseases” [1]. Voor Rheumatoid Arthritis (RA) wordt er al vele decennialang een goed model gezocht, maar geen enkel diermodel is identiek aan de menselijke aandoening. [2]

Ik vraag me dus af waarom men, ondanks het proefdiervrij alternatief, toch nog dierproeven gaat uitvoeren, wetende dat dit geen goed model is.  Zoals ook op de publieksdag duidelijk werd, en erkend door diverse wetenschappers, levert het diermodel geen goede mensenresultaten op. Toch probeert men te extrapoleren. Het blijft dus altijd een gok. Het is goed mogelijk dat de proefdiervrije alternatieve methode voor RA-onderzoek tegengehouden zal worden als de dierproeven negatieve resultaten zouden opleveren. Dat zou erg jammer zijn.

Informatiemarkt

Na de prijsuitreiking was er een pauze. Daardoor werd de mogelijkheid geboden om langs te gaan op de informatiemarkt. Diverse organisaties - waaronder een aantal dierenorganisaties - waren vertegenwoordigd. Ik ging er met verscheidene mensen in gesprek, oa met mensen van ZonMw. Deze leken zeer sterk in dierproeven te geloven. Ik voerde een korte discussie met hen waarin ik aangaf dat er ook wetenschappers zijn die resoluut 'nee' zeggen tegen dierproeven. Ik kreeg een interessant boekje mee over alternatieven, dat ik zeker ga lezen.
Ik heb ook staan praten met iemand die een stand hield over een kankermodel met menselijke cellen. Die vrouw gaf ook aan dat het diermodel simpelweg niet geschikt is. Buiten haar eigen expertiseveld kon ze evenwel niet echt aangeven of een diermodel daar wel geschikt.

Uiteraard heb ik ook even gepraat met iemand van Proefdiervrij. Ik begreep dat Proefdiervrij ook actief via financiële middelen onderzoek naar alternatieven gaat steunen.

Het Platform voor Wetenschap zonder Dierproeven, opgericht door dierenrechtenorganisatie Bite Back, start ook een fonds. Dit fonds zal duidelijk zijn: we steunen enkel diervrij en dierproefvrij onderzoek. Wij gaan enkel voor een mensspecifieke benadering. Verder gaan we voor een andere benadering binnen de medische wereld, waardoor onderzoek naar preventieve maatregelen bijvoorbeeld ook onze steun krijgt.

De informatiemarkt was verder leerzaam.

Het Debat

Het debat werd geleid door Victor Deconinck. Een slechte keuze, want hij vond het vooral leuk om zelf veel te praten. Hij stuurde ook niet aan op een debat, maar liet gewoon om de beurt wat meningen en visies horen. De rode draad waren wat filmpjes. Het ‘debat’ startte met een fragment uit het debat bij Rondom 10, waaraan ook Bite Back deelnam. Ze lieten een stuk zien waarbij twee patiënten iets zeiden over dierproeven. Tijdens mijn spreekbeurten probeerde ik de discussie te focussen op het wetenschappelijke van dierproeven en vooral de niet-toepasbaarheid van dierproeven op mensen. Helaas had ik beter een lang pleidooi kunnen houden, want het bleken mijn enige spreekbeurten te zijn (ondanks het feit dat ik vaak heb laten blijken dat ik wilde spreken of reageren). Daarna leek het haast onmogelijk te reageren op wat de anderen zeiden. Het debat bleef dus bij het uitspreken van persoonlijke visies. Van over-en-weer reageren op elkaars argumenten was geen sprake.
Uit de reacties van het publiek bleek dat niemand zich de vraag stelde of dierproeven wel nut hebben of dat de resultaten wel toepasbaar zijn op mensen. Het ging weer uitsluitend over ethiek en over hoe je dieren moet behandelen.

Zo was een man uit het publiek in de veronderstelling dat je zonder dierproeven geen aspirine had gehad. Terwijl het middel net door dierproeven bijna van de markt was gehaald, omdat het bij dieren  sterftes en geboorteafwijkingen veroorzaakte!

Ook Martje Fentener van Vlissingen was aanwezig. Zij staat bekend als een publieke spreekbuis om dierproefonderzoek te verdedigen en treedt dus veel op. Natuurlijk moest ze ‘ons’ (mensen die tegen dierproeven zijn) weer iets in de mond leggen, namelijk dat we een patiënt veroordelen omdat die medicatie neemt. Iets wat natuurlijk helemaal niet waar is.

Helaas was er geen mogelijkheid om hierop te reageren. Hierdoor ontstond er geen discussie en geen debat, maar meer een soort ‘opiniepeiling’, wat blijkbaar ook de bedoeling was.

Achteraf nog wat nagepraat met Frauke Ohl, hoogleraar Proefdierkunde, waarbij ik ook de wetenschappers die tegen dierproeven zijn ter sprake bracht. Ze gaf hier tijdens het debat al wel wat reacties op, maar daarna duidelijker. Uit haar woorden maakte ik een beetje op hoe er binnen het veld gekeken wordt naar collega’s die zich uitspreken tegen dierproeven. Frauke Ohl zei dat het goed is als wetenschappers/artsen zich uitspreken voor de 3V’s, maar dat diegene die zeggen dat ‘dierproeven nutteloos zijn en gestopt moeten worden’, eigenlijk ‘slecht’ zijn, omdat ze in de praktijk wel gewoon medicatie aan patiënten toeschrijven terwijl die op dieren getest zijn. Dat geeft weer hoe lastig het eigenlijk is voor wetenschappers om zich uit te spreken tegen dierproeven. De 3V’s ondersteunen kan dan wel, omdat het een stokpaardje is van deze industrie, maar zodra je daar ook maar iets van afwijkt, zal je dus raar aangekeken worden binnen dit wereldje.

Is het daarom zo lastig om hier in Nederland artsen en wetenschappers te vinden die tegen dierproeven zijn vanuit medisch/wetenschappelijk standpunt, terwijl er in andere landen organisaties tegen dierproeven zijn die aanhang hebben van honderden of zelfs duizenden wetenschappers uit het veld?

Ondanks het tegenvallende debat was het nuttig en leerzaam om op deze dag aanwezig te zijn.
  

Ing. A. Romijn

Referenties
[1] Greenwald, Robert A. and Diamond, Herbert S. (Eds.) CRC Handbook of Animal Models of Rheumatic Diseases, Vol. 1 CRC Press 1988
[2] Animal Models in Orthopedic Research, An and Friedman (Eds.) CRC Press,1998, p. 370