Wetenschappelijke informatiedatabase tegen het gebruik van dierproeven

Bite Back bij Rathenaudebat over dierproef'trends'

Gepubliceerd op: 05-09-2011

Bite Back was aanwezig bij een debat over dierproeven georganiseerd door het Rathenau Instituut. Hieronder een kort verslag.

Bedoeling van het debat was ingaan op diverse 'trends' rondom dierproeven. Ik herkende diverse gezichten, ondermeer van bij eerdere debatten rond dierproeven en afgevaardigden van dierenwelzijnsorganisaties als Proefdiervrij. Zoals bij de meeste debatten vond mevrouw Zuidgeest van Proefdiervrij het leuker vertoeven naast de dierproefnemers en anderen die aan de sector verbonden zijn. Iets wat mij telkens weer verbaasd. Ook dit keer was ze erg close met de dierproefnemers en noemde hen bij de voornaam. Als je te lang in het hol van de leeuw vertoeft ga je het waarschijnlijk als je thuis zien.

Dr. Sjaak Swart van de universiteit van Groningen opende met een algemeen verhaal over dierproeven. Hij gaat in op wat een dierproef is, wat daaronder valt, vertelt over verschillende statistieken rond dierproeven en over het maatschappelijk debat. Na zijn inleiding is het tijd voor vragen. Tijdens deze vragenronde neemt een persoon van de farmaceutische fabricant MSD het woord. Hij gaat in op de vraag hoe het zit met de overtollige dieren – waarvan een toename is – en hoe dat bij hun geregeld is. Hij geeft aan dat ze proberen te voorkomen dat er dieren worden gehouden die niet gebruikt worden voor proeven.

Na het verhaal van Dr. Swart is het woord aan prof. dr. Tjard de Cock Buning. Hij is hoogleraar toegepaste ethiek en bijna bij elk debat over dierproeven aanwezig. Kortom: een bekend gezicht. Het verhaal dat hij brengt gaat over het onderzoek dat vooraf ging aan deze debatmiddag. Het betreft een maatschappelijke trendanalyse van dierproeven. Voor zover ik begreep werd dit gefinancieerd door ZonMw, een Nederlandse organisatie die diverse onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten steunt.

Na De Cock Buning is het de beurt aan Prof. dr. Coenraad Hendriksen. Dit is een hoogleraar Alternatieven voor dierproeven. Ook hem zie je bij de meeste bijeenkomsten rond dierproeven. Zijn verhaal is dan ook weinig vernieuwend en bovendien heel erg gericht op het goedpraten van de 3V’s. Coenraad Hendriksen vergelijkt het gebruik van dierproefalternatieven met couveuzekinderen zijn: ze zijn erg kwetsbaar. Wanneer er bij een instelling een directieverandering is, kan de focus op dierproefalternatieven in een mum van tijd teniet worden gedaan.

Coenraad Hendriksen geeft meermaals aan wat al heel lang door de dierenrechtenbeweging gezegd wordt: dat het diermodel niet ideaal is. Kortom: dierproefresultaten zijn niet betrouwbaar. Het is goed om te zien dat de ‘beweging’ op dit vlak meer en meer bijval krijgt van wetenschappers.

Coenraad Hendriksen merkt wel op dat proefdiervrije resultaten nog niet de gouden standaard zijn. Volgens hem moet de relevantie ervan nog aangetoond worden. Het is jammer dat hij dit zegt, maar het is waarschijnlijk hoe het in de sector wordt ervaren.

Frans Stafleu (ethicus) tijdens de vragenronde over de DEC’s (Dieren Experimenten Commissie). Hij zit daar zelf al heel lang in en vindt het allemaal te vrijblijvend. Er wordt te weinig druk op de onderzoeker gelegd om echt alternatieven te zoeken en gebruiken. Hij geeft als voorbeeld dat men bij aanvraag van subsidies voor onderzoeken de voorkeur moet geven aan de proeven die de minste dieren vereisen.

Van der laan (CBG-MEB, College ter Beoordeling van Geneesmiddelen - Medicines Evaluation Board; Deze gaan over toelating van (nieuwe) medicatie) merkte nog op dat ons land te klein is om de oplossingen te vinden. Bas Blaauboer (onderzoeker naar dierproefalternatieven) haakte in en zei dat we niet goed bezig zijn en de hele vraagstelling anders zou moeten. We moeten volgens hem richting een paradigmashift. Dus naar o.a. humane celculturen. Dit vond ik een goede opmerking.

De volgende trend die besproken wordt, is die van opkomende technologieën en veiligheid. Eerst wordt er een interview gehouden met Dr. Adrienne Sips van het RIVM (Dit Nederlandse overheidsinstituut verzorgt informatie, monitoring en wetenschappelijke onderbouwing van het volksgezondheidsbeleid). Dr Sips vertelt iets over nano-technologie en dat de gevaren daarvan nog niet in beeld zijn gebracht, maar anderzijds heel belovend zijn. Na haar verhaal wordt ethicus Dr. Frans Stafleu erbij gehaald. Hij merkt op dat er een groot verschil is met vroeger. Vroeger bleef men bij dergelijke bijeenkomsten bij het standpunt ‘dierproeven zijn nodig’. Maar vandaag de dag, aldus dr Stafleu, is er een andere mentaliteit. Enerzijds geeft men nu vanuit de sector zelf aan dat het diermodel toch niet zo goed is en anderzijds merkt men op dat ze er toch wellicht wel van af kunnen. Dit is inderdaad wat steeds vaker naar voren komt. En vooral iets wat vanuit de dierenrechtenbeweging altijd al gezegd is.

Als voorlaatste komt prof. Merel Ritskes-Hoitinga aan het woord. Ze heeft het over openheid en over hoe er beter gekeken kan worden naar alternatieven alvorens dierproeven gedaan worden. Ze geeft aan dat systematic reviews heel gewoon zijn (en verplicht) bij het aanvragen van subsidies voor klinische testen, maar dat dit in geval van dierproeven niet gebeurt. Merel Ritskes hamert ook sterk op het 3V-beleid.

Als laatste komt Dr. Jan-Bas Prins aan het woord over de Europese wetgeving. Dit verhaal is wat saai, maar de conclusie lijkt dat hij voorstander is van een level-playing field. Kortom, dat de Europese regelgeving dierproeven regelt.

De middag wordt afgesloten door enkele vragen aan de aanwezige politici. Deze zijn tussendoor gevraagd naar hun mening, maar hebben vooral geluisterd naar wat er verteld dan wel gepresenteerd werd. Na het einde wordt er nog wat nagepraat.