Een andere benadering zonder dieren
Sinds grondleggers van de dierproefindustrie, zoals Claude Bernard, de basis hebben vastgelegd lijkt het alsof dierproeven een heilig middel zijn geworden van medisch en wetenschappelijk onderzoek. Men lijkt er heilig van overtuigd dat dieren een enorm goed middel zijn om te weten hoe stoffen en medicatie het doen bij een mens, terwijl zelfs tussen mensen ook enorme verschillen kunnen zitten die leven of dood bepalen. Denk bijvoorbeeld alleen al aan de verschillen in bloedgroepen en dat daarom ook niet elk bloed bij bloedtransfusie bruikbaar dus is. Dat moet zorgvuldig bekeken worden. Maar ook medicatie kan verschillend werken in verschillende leeftijdsgroepen bijvoorbeeld.
Echter dieren zijn nog eens totaal ander diersoort, waardoor de risico's alleen maar groter worden. We kunnen natuurlijk nooit 100% zeker zijn, want zelfs al test je het in vitro en hebben groepen mensen het getest, dan nog is elke patiënt in de praktijk een 'proefkonijn', omdat zelfs ieder individu unieke factoren kan bevatten die een andere reactie geeft dan verwacht.
Echter is het de taak van medicatiefabrikanten en onderzoekers om voor de mens wel de meeste risico uit te sluiten. En dat kan niet door deze resultaten te baseren op dierproefresultaten. Stel dat er een medicatie X is. Deze test men op ratten, muizen, katten en apen. De muizen en katten reageren totaal niet op de stof. De apen krijgen zware bijwerkingen met zelfs dood ten gevolg. Bij de ratten is het veilig en werkt het. Hoe representatief zijn deze resultaten voor de mensen? Hoe representatief zijn deze resultaten voor de dieren onderling? Kan je stellen dat de resultaten van de muizen en katten representatief zijn voor elkaar? Dat de gegevens van de muizenproef te extrapoleren valt naar de katten? En tussen alle dieren verschillende resultaten,wat zeggen we daar op?
Als een diermodel representatief is voor de mens, is een diermodel (muis) dan representatief voor een aap? Is een diermodel (kat) representatief voor een hond?
Nee. Elk diersoort zit in een andere lijn. Ze zijn allemaal uniek. Niet identiek. Dierproeven met muizen of met cellen van muizen geven muisspecifieke resultaten, dierproeven met katten of met cellen van katten geven katspecifieke resultaten, net als dat wanneer je mensen gebruikt of celkweken van menselijk materiaal dit zal resulteren in mensspecifieke resultaten.
Wanneer niet-mensspecifieke resultaten gebruikt gaan worden ter bepaling van risico of werking bij het diersoort mens, dan zal het risico toenemen voor de mens, omdat deze gegevens niet van toepassing zijn. Door mensspecifieke resultaten te verkrijgen verklein je dat risico en vergroot je de toepasbaarheid van de resultaten op de situatie bij mensen in het echt.
Het is dus nodig dat men afstapt van de dogma's van de dierproefindustrie en zich meer gaat richten op mensspecifieke resultaten. Hiermee creeër je een situatie waarbij risico's van vertrouwen op niet toe te passen resultaten weggestreept kan worden.
Dierproeven worden nu min of meer gepresenteerd als de enige weg die te belopen valt ter ontwikkeling van medicatie, behandelingen of om veiligheid te testen. De gegevens op onze site tonen aan dat ten eerste dierproeven onbetrouwbare resultaten opleveren plus dat daarnaast tig voorbeelden gepresenteerd zijn waarin duidelijk wordt dat zonder die dierproeven toch echt iets ontdekt kan worden en ontwikkeld.
Verschillende manieren
Er zijn voor deze andere benadering verschillende manieren die gebruikt kunnen worden zonder gebruik te maken van dieren in proeven en een situatie te creeëren van mensspecifieke resultaten. We kunnen in vitro technieken toepassen met menselijke cellen, celkweken, weefsels etc. Hiermee verkrijg je resultaten, mensspecifieke resultaten. Ook kan er epidemiologische studies verricht worden om mensspecifieke gegevens te verzamelen. Ook computermodellen kunnen al dit werk ondersteunen en mensspefieke resultaten genereren. Onderzoek op overleden mensen die een bepaalde ziekte hebben gehad kan veel inzicht vaak verwerven in hoe ziekten zich gemanifesteerd hebben in personen en kan dus een belangrijke bijdrage leveren aan de medische wetenschap. In de praktijk kan ook veel kennis verkregen worden. Zo zijn er voorbeelden van medicatie die een ander doel hadden aanvankelijk, maar artsen merkten in de praktijk bepaalde 'bijwerkingen' op welke nuttig zouden kunnen zijn voor andere doelen, zoals bijvoorbeeld Viagra, dat een totaal ander doel had, dan waarvoor het nu vooral gebruikt wordt. Andere voorbeelden zijn technieken in behandelingen die geperfectioneerd zijn door klinische observaties.
Voor al deze manieren zijn er voorbeelden genoeg van hoe ze nu en vroeger al geholpen hebben in de medische/wetenschappelijke ontwikkeling. Klik hieronder om nadere informatie te vinden over deze



