Wetenschappelijke informatiedatabase tegen het gebruik van dierproeven

Waarom kankeronderzoek met dierproeven faalt

In 1970 gaf het volk aan dat het een genezing wilde voor kanker. Op dat moment was het doodsoorzaak nummer 2 in de VS [1]. In Nederland was in 1970 dan weer 23% van de sterfgevallen te wijten aan kanker, terwijl 45% kwam door hart- en vaatziekten.[2] Nu, meer dan 30 jaar later, is kanker de belangrijkste doodsoorzaak geworden. [3]

In 1971 lanceerde President Nixon een oorlog tegen kanker[4]. Hij investeerde 100 miljoen dollar extra in een intensieve campagne voor het vinden van een genezing. Maar vandaag de dag sterven jaarlijks meer dan 500.000 Amerikanen aan deze ziekte. Dat is 73% meer dan in 1971, toen de oorlog tegen kanker begon. [5]

Waar staan we nu? Zijn we de oorlog tegen kanker aan het verliezen? Hebben we in meer dan dertig jaar echte oplossingen gevonden? Of zijn we niet zo ver geraakt als we hadden gehoopt?

Dr Richard Klausner, voormalig directeur van het National Cancer Institute (VS) zegt hierover: 'The history of cancer research has been a history of curing cancer in the mouse... We have cured mice of cancer for decades and it simply didn't work in humans.'[6]

Kortom: hij geeft aan dat het diermodel niet toepasbaar is op de mens. Is dat de reden dat we nog steeds geen goede genezingsmethoden hebben?

Ook Dr. J. E. Green van het National Cancer Institute Laboratorium geeft aan dat het mis gaat door te vertrouwen op dierproeven: "Some findings in colon cancer mice, which were very good models, actually led to clinical trials in humans which resulted in an increase in cancer."[7]

Waar men dus verwacht dat diermodellen goede modellen zijn, blijken ze in de praktijk bij mensen schadelijke gevolgen te hebben die juist zorgden voor meer kanker.

Miljarden euro's zijn er sinds 1970 in onderzoek gepompt. Terwijl kanker een ziekte is die vaak voorkomen kan worden. De ‘International Union Against Cancer’ en de 'World Health Organization' (WHO) geven aan dat zo'n 2 miljoen levens gered kunnen worden tegen 2020 en 6,5 miljoen tegen 2040 als we nu onmiddellijk stappen ondernemen om kanker te voorkomen en te behandelen. [8][9]

Voorkomen is beter dan genezen, zoals een bekend spreekwoord luidt. En dat is natuurlijk helemaal waar. Het gevecht tegen kanker, en elke andere ziekte, moet gevoerd worden via de weg van voorkomen en genezen.

De National Cancer Institute (VS) geeft aan dat 80 procent van de kankers ontstaat door factoren die we kunnen controleren. Hiermee is er mogelijkheid kanker te voorkomen en de kans op overleving te vergroten.

Zo is bijvoorbeeld minstens één derde van het jaarlijkse dodental door kanker te wijten aan dieetfactoren. Een recente analyse toont aan dat tot 80% van de maag- en darmkankers, en borst- en prostaatkanker te wijten zijn aan dieetgewoonten. [10]

Ook zijn er een hoop onderzoeken die gezorgd hebben voor kennis over factoren die zorgen voor de preventie van kanker of over kankeroorzaken.

Denk bijvoorbeeld aan de klinische studies die roken en een dieet met veel dierlijk vet en proteïnen koppelden aan het ontstaan van kanker.
Helaas zorgden dierproeven juist dat men dat lange tijd niet wou aannemen. Omdat kanker als gevolg van roken niet of moeilijk voort te brengen was in proefdieren, geloofde men dat sigaretten niet kankerverwekkend waren. Hierdoor liet de waarschuwing op zich wachten en kregen heel wat rokers kanker. [11]

Testen op proefdieren zoals ratten, hamsters, cavia's, muizen, apen en bavianen brachten geen enkele link aan het licht tussen glasvezels en kanker. Pas in 1991, ten gevolge van studies op mensen, labelde de OSHA (Occupational Safety & Health Administration) glasvezels als kankerverwekkend. [12][13][14]

De verschillen in resultaten brengen geen grote slag toe in het onderzoek met dieren. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat een deel van de medicatie gewoon niet op de markt komt. Een recent artikel in de New York Times [15] gaf daarover interessante cijfers. Na de preklinische fase (dierproeven!) gaat een medicijn naar de klinische testen met mensen (human trials). Slechts één op de 20 van deze - veelbelovende – medicatie komt daar door. Van de medicijnen die daarmee op de markt komen, blijkt maar 1/5 deel echt efficiënt te werken. Dit gaat dan over het verlengen van iemands leven met weken en maanden, niet eens met jaren. Hoe kan het dat medicatie die ontwikkeld wordt amper op de markt komt en waarom heeft het, als het op de markt komt, zo weinig effect?

Het antwoord luidt dat er iets fundamenteel mis is met de benadering van de 'oorlog tegen kanker.' In hetzelfde artikel geeft men ook aan dat echte genezingskuren voor kanker nog steeds heel zeldzaam zijn.

Wordt het daarom niet eens tijd om het proces van de totstandkoming van geneesmiddelen tegen het licht te houden? Deze mening onderschrijft het Platform voor Wetenschap zonder Dierproeven ten stelligste.

Door dierproeven te vervangen door niet-dierlijke onderzoeksmethoden en mensgerichte modellen kunnen we ons richten op menselijke kankers. Daarnaast kan er ook meer gefocust worden op preventieve maatregelen, waardoor we kanker in diverse gevallen kunnen voorkomen.

Hiermee worden niet alleen levens gered, maar er zal ook meer geld vrijkomen, dat dan in mensspecifiek onderzoek ingezet kan worden.

Verschillen tussen mens en dier

Kankeronderzoek faalt doordat men ervan uit gaat dat het diermodel mensspecifieke resultaten geeft. Kanker is echter een verzamelnaam. De verschillende soorten kankers kunnen uitsluitend bij mensen voorkomen in die specifieke vorm, kunnen anders reageren of ontwikkelen bij een mens dan bij een dier en waar een dierlijke variant niet dodelijk is, kan dat bij mensen wel het geval zijn. 

Deze verschillen zijn cruciaal in de uitkomst van het onderzoek. Diersoortspecifieke resultaten zullen dus niet leiden tot mensspecifieke resultaten en daardoor is het onmogelijk te bouwen op wat een kanker doet in een bepaald dier.

Waar bij mensen kanker voornamelijk ontstaat in levende membranen (carcinomen) ontstaat het bij dieren juist vooral in botten, spieren of bindweefsel.

Een voorbeeld is borstkanker. Borstkanker in mensen verspreidt zich meestal via het lymfestelsel, vaak vanaf de lokale lymfeklieren, waarna het zich uitzaait naar andere plekken, vaak naar de botten, het brein, de bijnieren, de lever en de longen. Bij muizen verspreidt deze kanker zich bijna uitsluitend naar de longen. [16]

Muizen en ratten worden vaak ingezet voor kankeronderzoek. Hier is informatie te vinden over verschillen tussen mens en dier in kankeronderzoek.

Omdat dieren diersoortspecifieke resultaten geven, probeert men nu om via aanpassingen van dieren mensspecifieke resultaten te creëren.

Dit gebeurt dan door bijvoorbeeld muizen genetisch aan te passen, zodat ze een soort van menselijk model worden. Maar ook dit werkt niet, want we hebben te maken met een aangepast diermodel met menselijke elementen. Dat is nog steeds geen mens, waardoor de resultaten ook hier weer niet representatief zijn.

In borstkankeronderzoek is dan ook te zien dat de dieren die genetisch zijn aangepast niet de resultaten geven die men gehoopt had. De tumoren in deze dieren reageren anders dan die bij mensen. Zoals Wagner aangeeft: “Approximately 50% of all human breast cancers are [estrogen responsive]-positive, but the vast majority of mammary lesions in GEM are ER-negative. Most GEM thus do not precisely recapitulate steroid receptor signaling during neoplastic transformation.” [17]

Kort gezegd geeft Wagner dus aan dat we hier te maken hebben met een verschil. Ongeveer de helft van de verschillende borstkankers reageren bij mensen met  oestrogeen. Bij de genetisch aangepaste dieren is dat niet het geval. Een belangrijk verschil. Het aangepaste diermodel komt dus niet dichter in de buurt van een levend mensmodel dan een gewoon dier.

Een ander verschil wordt beschreven door Jong B. Kim, die aangeeft dat dierproeven misleidende informatie kunnen geven. Zo is er bij genetisch aangepaste knaagdieren een verhoogde kans op kankervorming bij zwangere dieren, terwijl bij mensen  zwangerschap net een bescherming tegen het ontstaan van kanker vormt. [18]

Het gevecht tegen kanker zonder dierproeven

Eerder is al aangegeven dat preventie een goede mogelijkheid is in het gevecht tegen kanker, maar ook dat we de strijd op twee manieren moeten aanbinden: preventie en onderzoek naar genezing.

Maar hoe kunnen we zoeken naar genezing zonder het gebruik van dierproeven? Daarvoor bestaan meerdere mogelijkheden. Natuurlijk zijn er door niet-dierlijke methoden al ontwikkelingen geweest en bestaan er al vele jaren (zelfs eeuwen) chirurgische handelingen om kankers aan te pakken.

Chirurgie is al meer dan 200 jaar de primaire behandeling voor bijvoorbeeld borstkanker. De gemoderniseerde methode, mastectomie, wordt ook al een eeuw lang toegepast. [19]
De traditionele radicale mastectomie[20] betekent een afzetting van de gehele borst, de borstkasspieren onder de borsten en de lymfeknopen in de oksel. Sinds de jaren 1970 wordt deze methode via klinische trials verfijnd. Dit houdt in dat men probeert om steeds minder te verwijderen. Deze studie heeft er voor gezorgd dat de helft van de vrouwen met borstkanker een borstsparende operatie kunnen ondergaan. Deze procedure heet een lumpectomie. Dit is een grote bijdrage geweest aan de behandeling van borstkanker. [21]

In de eerste Wereldoorlog ontdekte men dat mosterdgas witte bloedcellen doodde.  Bij diverse vormen van kanker vermeerderen de witte bloedcellen. Hierdoor ontstond een theorie die uiteindelijk leidde tot klinische trials in 1942, die aangaven dat  mosterdgas gebruikt kon worden tegen kinderleukemie. Door klinische observatie ontdekte men dus dat men met mosterdgas een kankermedicijn kon maken. Ook andere medicatie tegen kanker werden op deze manier ontwikkeld.

Dr. Irwin D.J. Bross geeft aan dat alle dierproeven in de ‘oorlog tegen kanker’ geen medicatie hebben ontwikkeld die significant beter is dan de eerste acht oorspronkelijke chemotherapeutica die primair ontwikkeld werden door klinische observatie. [22]

Radiotherapie is ook een ontwikkeling geweest zonder dierproeven die belangrijk is in kankerbehandelingen. Aan het einde van de 19e eeuw ontdekten Pierre en Marie Curie radiatie. Ze gebruikten o.a. uranium en radium in hun onderzoeken om hun radioactieve eigenschappen te bestuderen. In een van hun experimenten bond Pierre Curie radiumzouten aan zijn arm voor 10 uur lang en observeerde daarna 52 dagen lang het resultaat: een wond.

Hij suggereerde dat exact geplaatste radioactieve materialen gebruikt konden worden voor kankerbehandeling. Deze theorie zou later effectief in de praktijk toegepast worden. [23]

De wetenschap staat dus niet stil zonder dierproeven. Voor preventie en het vinden van oorzaken kan men epidemiologisch onderzoek opzetten, om te weten of een stof kankerbevorderlijk is, kan men in-vitro onderzoek gebruiken om de toxiciteit en de kankerverwekkendheid van een stof te bekijken en microdosering om de reactie van stoffen op cellulair niveau te bekijken. En in-vitro kan men gebruiken om te kijken of stoffen anti-kanker eigenschappen hebben door cel- en weefselculturen, waarbij kankercellen gebruikt worden.

Zonder dierproeven is bijvoorbeeld ook het chemotherapeuticum Methotrexate ontwikkeld. Men sloeg hier zelfs de dierproeven over en gaf dit aan kinderen met leukemie. Met succes. [24]

Het is daarom tijd dat het kankeronderzoek een nieuwe weg inslaat. Zie hier meer over een andere benadering.

 

[1] http://www.dtp.nci.nih.gov/timeline/noflash/milestones/M4_Nixon.htm  
[2] http://www.elsevier.nl/web/Artikel.htm?contentid=222039  
[3] http://www.trouw.nl/nieuws/nederland/article2020685.ece/Kanker_voor_het_eerst_belangrijkste_doodsoorzaak.html      
[4] http://www.dtp.nci.nih.gov/timeline/noflash/milestones/M4_Nixon.htm  
[5] Clifton Leaf, “The War on Cancer: Why We’re Losing the War on Cancer—and How to Win It,” Fortune 9 Mar. 2004.
[6] Cancer Drugs Face Long Road From Mice to Men, 1998, LA TIMES
[7] Dr. J. E. Green of the National Cancer Institute Laboratory, Journal of the National Cancer Institute, 2001, 93:976.
[8] International Union Against Cancer, “Concerted Global Action Is the Only Answer to Rising Cancer Deaths,” 3 Jun. 2003.
[9] World Health Organization and International Union Against Cancer, Global Action Against Cancer 2005.
[10] American Cancer Society. Cancer Facts and Figures—1997. Atlanta, GA: 1999.
[11] N. Sax, Cancer-causing Chemicals, Van Nostrand 1981.
[12] The Guardian, July 20 1991.
[13] Occupational Lung Disorders, Butterworth   1982.
[14] Toxicology and Industrial Health, 1990, vol.6, pp293-307.
[15] http://www.nytimes.com/2005/12/21/health/21cancer.html?_r=1  
[16]  Kim et al. 23.
[17]  Kay-Uwe Wagner, “Models of Breast Cancer: Quo Vadis, Animal Modeling?” Breast Cancer Research 6 (2004): 35
[18] Jong B. Kim et al., “Models of Breast Cancer: Is Merging Human and Animal Models the Future?” Breast Cancer Research 6 (2004): “Models.” 24.
[19] Steven D. Heys and Shailesh Chaturvedi, “Primary Chemotherapy in Breast Cancer: The Beginning of the End or the End of the Beginning for the Surgical Oncologist?” World Journal of Surgical Oncology 1 (2003): 14.
[20] http://nl.wikipedia.org/wiki/Mastectomie  
[21] National Surgical Adjuvant Breast and Bowel Project, 23 Nov. 2005 http://www.nsabp.pitt.edu/ .
[22] Brandon Reines, “Cancer Research on Animals: Impact and Alternatives,” NAVS (1986): 1-13.
[23] Nanny Fröman, “Marie and Pierre Curie and the Discovery of Polonium and Radium,” Royal Swedish Academy of Sciences, Stockholm, Sweden, 28 Feb. 1996 http://nobelprize.org/physics/articles/curie/  
[24] The Cancer Bulletin 1981; 33:40-42