Wetenschappelijke informatiedatabase tegen het gebruik van dierproeven

AIDS/HIV

Jaarlijks wordt er miljoenen geïnvesteerd in een gevecht tegen één van de meest destructieve epidemieën in de geschiedenis. Sinds dat AIDS was erkent in de jaren 80 heeft het meer dan 25 miljoen mensen gedood en naar schatting zijn er wereldwijd 40 miljoen geïnfecteerd met het virus [1].

De isolatie van het virus
Dierproefvrije klinische, epidemiologische en in-vitro studies hebben succesvol het virus dat AIDS veroorzaakte geisoleerd en gedemonstreerd hoe het virus overgebracht wordt in mensen. Klinisch bewijs toonde aan dat AIDS wordt overgebracht via bloed, sperma, vaginale afscheiding en moedermelk. Het virus gaat snel dood buiten het lichaam, dus het kan niet via de lucht of via normaal contact verspreid worden.

Onderzoekers steunen op epidemiologisch en in-vitro laboratoriumwerk om nieuwe types van HIV te identificeren, te volgen en te isoleren voordat ze zich wijd kunnen verspreiden. Deze methoden waren recent verantwoordelijk voor het stoppen van een epidemie van een nieuwe resistente AIDS-variant [2].

Onderzoek met apen
Apen zijn veelgebruikte dieren in het HIV/AIDS onderzoek. De dieren zitten opgesloten in kleine kooien en krijgen veel stress. Iets wat ook zorgde voor een aanslag op het immuunsysteem van deze dieren, waardoor sowieso resultaten ook aangetast konden worden daardoor.

Vele jaren onderzoek is er gedaan om chimpansees te infecteren met HIV en te zorgen dat deze AIDS kregen, zoals bij de mens ging. In 1996 lukte dit voor het eerst bij een chimpansee genaamd Jerome, maar ook nog niet eens volledig. Deze was 15 jaar oud. En was geïnjecteerd met drie soorten HIV, welke uiteindelijk een hybride HIV versie opleverde [3].  Dit virus was dus een ander virus, dan bij mensen.

Nadat Jerome geïnfecteerd was, werd zijn bloed bij andere chimpansees geïnjecteerd. Hun aantal CD4 cellen daalden, maar in vergelijking met Jerome toonden ze geen enkele tekenen van ziekte.

Wanneer HIV mensen infecteert voor de eerste keer dan bind dit aan de CCR-5 receptor. Daarna zal deze zich eerder aan de CXCR-4 receptor vastbinden. Het virus waarmee Jerome geïnfecteerd mee was bond zich na infectie aan de CXCR-4 receptor. [4]

In 1987 zei een bekende AIDS onderzoeker, Dr. Allen Goldstein van George Washington Universiteit al, ‘Hoe eerder we beginnen met testen op mensen, des te eerder zullen we hopelijk een vaccin ontwikkelen’. [5]

Ook Dr. Mark Feinberg, een AIDS onderzoeker, geeft aan dat er een andere weg bewandeld moet worden. ‘Wat voor goeds bereikt het wanneer je iets test in een aap? Je vind na vijf of zes jaar dat het werkt in de apen, dan test je het op mensen en realiseert je dan dat mensen totaal anders werken dan apen, zodat je vijf jaar vergooid hebt’. [6]

Het HIV virus is dus zeer mensspecifiek en dat is het grote probleem. Mensen zijn dan wel dieren, maar je kan dieren niet zomaar 1-op-1 met elkaar vergelijken en uitgaan dat die hetzelfde reageren. Het HIV/AIDS onderzoek is daarom een goed voorbeeld waar dierproeven de fout in gaan.

Binnen dit onderzoek proberen ze dieren symptomen te geven van de ziekte. En ze gebruiken dieren besmet met soortgelijke virussen. Zoals SIV bij apen en FIV bij katten, maar deze zijn niet hetzelfde als HIV.

Volgens het Nationaal Instituut voor Gezondheid (NIH, VS) zijn er meer dan 80 HIV/AIDS vaccins door de dierproeven heen gekomen, maar hebben deze gefaald in de human trials.[7]

Dierproeven hebben dus nog steeds niet tot iets geleid hierin. Terwijl er jaarlijks vele dieren nog steeds voor AIDS/HIV onderzoek gebruikt worden. Onderzoeksfondsen financieren nog steeds deze experimenten, ondanks het overweldigende bewijs dat het dierenmodel gewoon faalt.

Een onderzoekswetenschapper die bezig is met AIDS therapieën schreef in de New Scientist: “Dierexperimenteel onderzoek geeft alleen maar valse hoop aan de mensen die zitten te wachten op een werkend middel en de aandacht financieel en intellectueel af van beter onderzoek” [8]

Naast dat diervrij onderzoek gesteund zou moeten worden, kan er ook preventief een hoop gebeuren. In 2006 werd een studie gepubliceerd in Science waarin geconcludeerd werd dat meer investeren in preventie nu veel meer infecties voorkomen kan worden plus dat er financieel ook een hoop bespaard zou worden. [9]

Meer over apen in AIDS/HIV onderzoek is te vinden onder 'mens vs. aap' onder dossiers.

Medicatie
De rol van drie enzymen van HIV, reverse transcriptase, protease en integrase, werd ontdekt via in vitro onderzoek. Met deze wetenschap kon men aan de slag om de reproductie van virus te voorkomen. Een van de eerste medicatie voor AIDS was AZT. Dit middel was ontwikkeld als een kankermedicijn. AZT was een reverse transcriptase inhibitor. AZT's effectiviteit tegen HIV was in 1985 gedemonstreerd in in vitro onderzoek [59]. Diermodellen hebben daar dus niets in bijgedragen. AZT werd zelfs direct naar de klinische trials gebracht, zonder de dierproeven eerst te doen. AZT is nog steeds een belangrijk medicijn in het gevecht tegen AIDS.

Onderzoekers begonnen ook in de ontwikkeling van een protease inhibitor. Protease inhibitors werden via de computer ontworpen en daarna via in vitro onderzoek getest met menselijke celculturen. [62][63][64]
Deze nieuwe ontwikkelde protease inhibitors werden ook onder hoge druk direct naar de klinische human trials gesluist, waarbij daar dus geen dierproeven vooraf voor werden gedaan.

Andere reverse transcriptase inhibitors die via in vitro methoden en via computers zijn ontwikkeld zijn: ZDV (Retrovir), 3TC (Epivir), ddI (Videx), ddC (HIVid), d4T (Zerit), ABC (Ziagnen), Combivir, Rescriptor, EFV (Sustiva), Viramune en Preveon. Protease inhibitors die via in vitro methode en via computers zijn ontwikkeld zijn: Indinavir (Crixivan), Ritonavir (Norvir), Saquinavir (Invirase), Nelfinavir (Viracept) en Amprenavir (Agenerase). Ook een medicijn zoals hydroxyurea is op deze manier ontwikkeld. [65][66][67]

Terwijl er dus geen gegevens verkregen was uit dieren werden ze na in vitro testen toch naar human trials gebracht. Een onderzoeker Michael Wyand zei daarover dat wanneer uit die testen een acceptabel risicoprofiel kwam het naar de human trials ging, omdat er geen diermodel is voor HIV infecties in mensen. [69]
En dat klopt. HIV is een menselijk virus en daarom kan er maar één diermodel correct zijn. En dat is toch het mensenmodel. Mensspecifieke resultaten hebben dus gezorgd voor ontwikkelingen rondom AIDS/HIV onderzoek. Diermodellen falen nog steeds.

 

 

[1] Associated Press, “U.N.: 40m Now Have AIDS Virus,” 21 Nov. 2005.
[2] Lawrence K. Altman, “The Challenge of Tracing a Rare H.I.V. Strain,” The New York Times 1 Mar. 2005.
[3] David Berreby, “Twists and Turns in Chimp AIDS Research,” The New York Times 4 Feb. 1997.
[4] Cohen J. AIDS vaccine. Chimps and lethal strain a bad mix. Science. 1999 Nov
19;286(5444): 1454-5.
[5] Mark Schoofs, “Monkey’s Death Muddles HIV Vaccine Hunt as Researchers Keep Focus on Inoculations,” The Wall Street Journal 17 Jan. 2002.
[6] Atlanta Journal Constitution, 21-09-1997
[7] National Institute of Allergy and Infectious Diseases, “Clinical Trials of HIV Vaccines,” National Institutes of Health, 19 Sept 2008.
[8] Claude Reiss, “Mouse Model Fails,” New Scientist 11 May 2002.
[9] John Stover et al., “The Global Impact of Scaling Up HIV/AIDS Prevention Programs in Low- and Middle-Income Countries,” Science 311 (2006): 1474-6.