De 3V-benadering: waarom niet de 3V-benadering steunen?
Waarom we de 3V-benadering niet steunen
De 3V’s is een term die vaak opduikt in het debat rond dierproeven. Veel dierenbeschermings- en dierenwelzijnsorganisaties steunen de 3V-methode. Het probleem is dat deze methode werd bedacht door een sector die ervan uitgaat dat dierproeven de juiste manier zijn en er nog niet genoeg alternativen voorhanden zijn.
Wat betekenen de 3V’s?
De 3V’s staan voor verschillende benaderingen van dierproeven:
Verfijning
Het verfijnen van wetenschappelijke/medische technieken moet leiden tot het gebruik van minder dierproeven.
Vermindering
Het kritisch bekijken van de aantallen dieren die in een proef gebruikt worden. En waar mogelijk dus minder dieren gebruiken. Of het gebruik van bepaalde dieren voor meerdere proeven, wat ook zou moeten leiden tot minder diergebruik.
Vervanging
Dierproeven vervangen door gebruik van diervrije methoden. Oftewel het gebruiken van de alternatieven die voorhanden zijn.
Minder dieren, dat klinkt nog niet zo slecht?
Het is natuurlijk goed als er jaarlijks minder dieren lijden. Wie kan daar tegen zijn? Niemand. Maar het gaat hier om proeven waarbij dieren lijden en gedood worden voor de ontwikkeling van medicatie e.d. En de vraag daarbij is: moeten er überhaupt wel dieren gebruikt worden voor proeven?
Ons antwoord daarop is: nee! Dierproeven zijn wetenschappelijk incorrect en zorgen juist voor gevaar voor mensen. Zie daarvoor de informatie op onze website.
De 3V-methode is echter een acceptatie van de stelling dat dierproeven noodzakelijk zijn en wetenschappelijk correct. Helaas gaan veel dierenorganisaties daarin mee en pleiten ze voor de 3V’s. Wij vinden dat als je pleit voor de 3V's, je pleit voor het feit dat dierproeven wetenschappelijk correct zouden zijn. Daarom doen wij daar niet aan mee.
Wij zijn voor de 1A-methode. De A staat hierin voor AFSCHAFFING. Daar zullen we steeds naar streven en voor pleiten.
'Onze' tegenstanders zullen zeggen dat dierproeven nog nodig zijn en dat de alternatieven, zoals bepaalde in-vitro methoden, onmogelijk een heel levend organisme kunnen nabootsen. Diermodellen geven echter geen mensspecifieke resultaten, ook al zijn ze een heel levend organisme. Deze resultaten kunnen dus voor misleiding zorgen, zoals vele wetenschappers ook toegeven.
Daarom pleiten wij voor de mensspecifieke benadering, waarbij vanaf het begin gericht wordt op het verkrijgen van mensspecifieke resultaten. Via in-vitro methoden met menselijke cellen, celculturen en weefsels, maar ook via uitgebreidere 'human trials' om de betrouwbaarheid en effectiviteit te meten voordat het grootschalig op de markt komt. Zie ook voor meer informatie hoe het anders kan onder het kopje: 'Een andere benadering zonder dieren'.
De 3V's: niets nieuw onder de zon
Proefdierkundigen en voorstanders van dierproeven pakken maar al te graag uit met de 3V's (Verfijning - Vermindering - Vervanging); waarmee ze tegenstanders willen aantonen dat ze het zo slecht nog niet menen met dierenwelzijn. Helaas zijn er veel organisaties die hierin schaamteloos meegaan. Maar zo nieuw of vooruitstrevend zijn deze richtlijnen helemaal niet.
Marschall Hall, die bij proeven oa levende kikkers en salamanders doorsneed om aan te tonen dat de afgesneden delen nog reageerden op prikkels, stelde in 1831 vijf richtlijnen op rond dierproeven, die opvallend aansluiten bij de tegenwoordig door proefdierkundigen zo bejubelde 3V's.
- Als je via observatie aan de nodige info geraakt, mag je geen dierproeven uitvoeren. (Vervanging)
- Je moet een duidelijk en realistisch doel opstellen alvorens aan een proef te beginnen. (Verfijning)
- Wetenschappers moeten onnodige proeven voorkomen door het werk van voorgangers grondig te bekijken. (Vermindering/verfijning)
- Als je toch over gaat tot dierproeven, moet je zorgen dat het dier zo weinig mogelijk lijdt, vooral door te kiezen voor dieren met 'minder bewustzijn en gevoel'. (Verfijning)
- Elk experiment moet in de juiste omstandigheden worden uitgevoerd om zo het beste resultaat te bereiken en te vermijden dat je de proef opnieuw moet uitvoeren. (Vermindering/verfijning)



