Wetenschappelijke informatiedatabase tegen het gebruik van dierproeven

Dierproeven beschermen publiek niet tegen schaaldierenvergiftiging

Gepubliceerd op: 09-10-2008

De Dr. Hadwen Trust (voor medisch onderzoek zonder dieren) verwelkomt het wetenschappelijk rapport van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA [1]) Dit rapport concludeert dat de huidige veiligheidstesten op muizen en ratten insufficiënt zijn voor het detecteren van mariene biotoxine in schaaldieren. Deze kunnen bij de mens misselijkheid, braken, diarree, neurologische problemen en in extreme gevallen zelfs de dood veroorzaken.

In sommige gevallen kunnen natuurlijke toxinen geconcentreerd raken in schaaldieren wanneer deze hun voedsel opnemen. Hoewel niet schadelijk voor de dieren, kunnen ze wel giftig zijn voor mensen die ervan eten. Er zijn 8 groepen  toxinen waar we op moeten letten. Testen op deze toxinen zijn zeer belangrijk voor de bescherming van de volksgezondheid.

Traditioneel gebruikt men grote aantallen muizen voor deze toxiciteittesten, die in  het Verenigd Koninkrijk geclassificeerd staan als proeven waarbij mogelijk veel dierenleed aanwezig is [2]. Per test worden honderden dieren met giftige stoffen geïnjecteerd in hun buik (abdomen). De dieren krijgen hierdoor te kampen met ongecontroleerde spierspasmen, samentrekkingen, verlammingen en ademnood. Veel dieren geraken zelfs in coma of sterven. Vreemd genoeg werden deze testen nooit onderworpen aan een onafhankelijke wetenschappelijke evaluatie, wat het voortbestaan van deze proeven onaanvaardbaar maakt.

In het rapport, dat werd gepubliceerd op 8 oktober, erkent de EFSA dat de veiligheidstesten via dierproeven tekort schieten. Zo kan men bij deze testen onmogelijk vaststellen of ze betrouwbare en exacte resultaten geven, noch kan men garanderen of de testen de minimale waarden aan toegelaten toxinen voor menselijke consumptie kunnen detecteren.

Meer accurate, niet-dierlijke alternatieven (zoals ‘liquid chromatography-mass spectrometry/mass spectrometry(LC-MS/MS)) zijn beschikbaar, maar werden nog niet gevalideerd om de inadequate diertesten te vervangen. Deze testen zijn veel gevoeliger dan de muistesten en kunnen toxines ver beneden de gestelde waarde detecteren.

De Britse en Europese wetgeving [3] geven duidelijk aan dat dierproeven niet dienen uitgevoerd te worden indien er alternatieven voorhanden zijn. De Britse wet stelt bovendien dat het dierenleed bij een proef moet worden afgewogen tegen de voordelen die de test oplevert. De Dr. Hawden Trust is van mening dat er, buiten de kosten-baten analyse, geen ethische of wetenschappelijke gronden bestaan om muizen aan deze toxiciteittesten te onderwerpen. De organisatie stelt dat een onmiddellijke acceptatie van niet-dierlijke methoden nodig is, niet enkel om dierenleed te voorkomen, maar ook om de consument een optimale bescherming te bieden tegen potentieel dodelijke stoffen in schaaldieren.

Wendy Higgins van de Dr. Hadwen Trust zegt hierover: “Het is te gek voor woorden dat we doorgaan met het onderwerpen van duizenden muizen aan afschuwelijke testen, waar ze enorm bij lijden en dood kunnen gaan, terwijl we weten dat deze testen onbetrouwbaar zijn. Het welzijn van mens en dier moet gewaarborgd worden, maar deze testen falen voor beiden. De Dr. Hadwen Trust verwelkomt daarom de conclusies van de EFSA, maar er is nu meer dringende actie nodig. We geloven dat de Britse en Europese politici een morele en wetenschappelijke taak hebben om onmiddellijk een einde te maken aan deze gruwelijke testen en ze te vervangen met niet-dierlijke testmethoden.”

In Duitsland werd deze muizentest nooit gebruikt, daar men er de niet-dierlijke test geaccepteerd heeft.

Referenties

  1. Marine biotoxins in shellfish – Azaspiracid group [1] – Scientific Opinion of the Panel on Contaminants in the Food chain. Report and summary available at http://www.efsa.europa.eu/EFSA/efsa_locale-1178620753812_1211902121673.htm
  2. A Parliamentary Question answered on March 8 2006 by the then Home Office Minister Andy Burnham confirmed that “all protocols for the detection of toxins in shellfish intended for human consumption were assigned a substantial severity limit.” And that “A total of 6,468 animals were used in the relevant procedures during 2004.”
  3. The Animals (Scientific Procedures) Act 1986 in the UK and the European Directive 86/609/EEC.
  4. Non-animal methods for detecting some forms of toxins have been validated and accepted for use in the EU.