Wetenschappelijke informatiedatabase tegen het gebruik van dierproeven

Commentaar op het jaarverslag van de Commissie Biotechnologie bij Dieren.

Gepubliceerd op: 01-10-2008

DIERPROEVEN

Ministerie van LNV
Commissie Biotechnologie bij Dieren

Betreft: Jaarverslag 2007 (bijlage)

Commentaar
De Commissie Biotechnologie bij Dieren (CBD) adviseert de minister van LNV over het verstrekken van vergunningen voor dierproeven, waarbij deze dieren o.a. genetisch gemodificeerd worden. De adviezen strekken vrijwel zonder uitzondering tot verlening van de aangevraagde vergunning. De proeven worden gemotiveerd met biomedische argumenten.
De bespreking van het jaarverslag van deze Commissie is geen pretje. Het is iets dat je zo lang mogelijk uitstelt, al was het alleen maar omdat het ieder jaar in essentie een kopie is van het vorige jaar.
Kopiëren behoort tot de standaardwerkwijze van de dames en heren van deze Commissie. Ook de adviezen aan de minister zijn vrijwel steeds gelijkluidend. De secretaris van de Commissie kopieert enkele delen van de tekst van de aanvrager en voegt daar enige van haar standaardoverwegingen aan toe. Ambtenaren van LNV zitten al jaren knikkebollend toe te kijken. En vervolgens wordt vergunning verleend. Let wel: dit gaat over lijden en sterven van dieren.

Om maar eens iets te noemen. Men leest op blz. 18: “Dit alles wijst erop dat er een onbehagen blijft bestaan over de toegestane biotechnologische handelingen bij dieren. De door de Commissie naar voren gebrachte argumenten kunnen dat onbehagen kennelijk niet wegnemen.” Deze frase wordt ieder jaar herhaald. Het lijkt voor de hand te liggen dat de Commissie analyseert waar dat dan precies in zit. Maar dat gebeurt niet. Kennelijk deugen haar argumenten niet, of maakt ze ze niet voldoende expliciet. We weten het niet.

Standaard ook zijn de verwijten aan de degenen die de werkwijze van de Commissie bekritiseren, in het bijzonder aan degenen die de moeite nemen de openbare hoorzittingen van de Commissie bij te wonen. Bijvoorbeeld: de aanwezigen zouden zich meer richten “tegen dierproeven in het algemeen dan tegen biotechnologie bij dieren in het bijzonder.”(blz. 16)
Maar de voorzitter erkent expliciet in zijn voorwoord dat vervolghandelingen bij genetisch veranderde dieren wel degelijk bij de boordeling van de vergunningaanvraag behoren. Wat de Commissie zichzelf toestaat ontzegt zij dus anderen.

Afzonderlijke onderwerpen

Terminologie (blz.3/4)
Het eerste wat mij ooit opviel op dierproefgebied was het leugenachtige taalgebruik dat onderzoekers hanteren. Meest aanstootgevend is zonder twijfel het woord ‘ongerief’ dat gebruikt wordt voor het lijden der dieren. “Lijden’ is gereserveerd voor mensen. Proefdieren lijden niet, zij ervaren ‘ongerief’.
De Commissie, jarenlang geconfronteerd met deze kritiek, heeft nu ontdekt dat het woord “ongerief” in de Wet op de dierproeven staat. Zij acht zich daarmee gedisculpeerd. Zij heeft nu besloten een verwijzing naar dit wetsartikel in een voetnoot bij haar adviezen op te nemen. Ziedaar de progressie.

Het gebruik van ‘ongerief’ voor ‘lijden’ is een kwestie van onfatsoen; men kan dit nauwelijks een ethische kwestie noemen.
Hetzelfde geldt voor het gebruik van “welzijn” om de toestand van de proefdieren aan te duiden. (blz. 21). Met de proefnemers houdt de Commissie het er kennelijk voor dat ‘in leven zijn’ synoniem is met ‘welzijn’. Veel duidelijker kun je je haast niet dis-kwalificeren als het gaat om het oordelen over proeven met dieren.

Personele samenstelling
De Commissie vereenvoudigt haar huishoudelijk reglement maar laat na het toe te voegen aan het jaarverslag. Hoe dan ook, advisering over vergunningverlening wordt nu nog eenvoudiger. (blz. 9/10)

Hoezeer de hele CBD-advisering een farce is blijkt overduidelijk uit de personele samenstelling. Nadat de Commissie daarop opmerkzaam gemaakt is, gebruikt zij nu sinds kort in de jaarverslagen de term ‘wraken’. Zij wraakt bij geval haar eigen leden! (blz.9)

Het feit is eenvoudigweg dat aanvragers geregeld tegelijk adviseurs tot vergunningverlening zijn. Het Erasmus Mc is daarvan wel het fraaiste voorbeeld. Dat heeft twee leden in de Commissie, die n.b. zelf ook vergunningaanvragen doen. Of anders oordelen deze beide leden wel over een aanvragen van collega’s van het Erasmus Mc. Hetzelfde geldt voor verschillende andere leden van de Commissie.

Daarbij komt nog eens dat verreweg de meeste commissieleden zelf met proefdieren werk(t)en. En deze mensen zouden kritisch moeten oordelen over genetische modificatie etc.?

Haar algehele incompetentie blijkt verder uit het feit dat de Commissie van mening is dat biotechnologische handelingen bij ongewervelde dieren; bij gewervelden zoals muizen, en bij embryo’s, niet meer vergunningplichtig zouden dienen te zijn! (blz. 6; 13 maar zie ook blz. 22)

De Commissie constateert dat het steeds moeilijker wordt om nieuwe leden te vinden. (blz. 9) Analyseert zij hoe dat komt? De vraag stellen is haar beantwoorden.

Als troostprijs mogen in dit jaarverslag nu eens twee niet-biomedische commissieleden hun lichtje op dit gebied laten schijnen. (blz.21-26)

Vervolgaanvragen
Bij de beoordeling van een aanvraag om een vervolgvergunning, d.i. dus een nieuwe vergunning, lijkt het voor de hand te liggen de informatie uit de oorspronkelijke aanvraag van zoveel jaar geleden te betrekken bij de nieuwe aanvraag. Zo niet de CBD. Het is voldoende dat de aanvrager in de nieuwe aanvraag de wetenschappelijke resultaten noemt van voorgaand onderzoek. Het komt voor dat dat slechts een rijtje tijdschriftartikelen is. De Commissie neemt hiermee genoegen.

De Commissie vraagt bij aanvragen om vervolgonderzoek om het zgn. welzijnsdagboek – bedoeld wordt: onwelzijn – dit zijn staten waarin de toestand van de dieren bijgehouden wordt. Echter: niet om het gehele welzijnsdagboek maar alleen “om die gegevens daaruit die afwijken van wat normaal gesproken verwacht mag worden.” Dit uiteraard ter discretie van de proefnemer. (blz. 15)
 
Bloedraden
Het is niet verwonderlijk dat men aan deze schertsadvisering een einde wil maken. Men overweegt vergunningaanvragen voor genetische manipulatie nu aan Dierexperimentencommissies (DEC’s) over te laten. (blz. 6/7)
Deze commissies zijn zo mogelijk een nog grotere aanfluiting dan de CBD. Het aantal aanvragen waarover de CBD in een jaar adviseert, doet de DEC in een maand. Om niet te zeggen: in een avond. Dat is dus gespeend van iedere kwaliteit.
DEC-vergaderingen zijn geheim, zij publiceren niet over hun activiteiten.
Het zijn Bloedraden.

Dilemma?
“Door de Europese regelgeving ( ) komen er nu bijv. in Nederland geneesmiddelen op de markt die op ethische gronden niet in Nederland geproduceerd hadden mogen worden.”
(blz. 20) De Commissie noemt dit “een dilemma”.
Maar die situatie bestaat allang. Dierproeven in Nederland voor cosmetica zijn verboden. Niettemin worden op dieren geteste producten uit het buitenland hier volop verkocht. Het is dus geen dilemma – het is laksheid van de Nederlandse wetgever tot het uitvaardigen van importrestricties.

Conclusie
Proeven met dieren, al of niet genetisch gemanipuleerd, zijn onethisch. Er zullen maar weinig mensen zijn die dat niet beseffen. Maar het openlijk erkennen en de consequenties eruit trekken en aanvaarden  – no way. Wat er gebeurt is een façade optrekken. Commissies in het leven roepen. Opdat het LIJKT dat dit een fatsoenlijke samenleving is. Het tegendeel is waar.

E.A. Destrée
1 oktober 2008