Wetenschappelijke informatiedatabase tegen het gebruik van dierproeven

Zijn dierproeven onze redding?

Gepubliceerd op: 11-08-2008

De meeste ziektes kunnen niet worden genezen

Elke dag worden in Duitsland 6000 dieren gemarteld tot de dood. Na 150 jaar dierproeven, kan de klassieke geneeskunde nog steeds twee derde van de ziektes niet genezen of behandelen. Hart- en vaatziekten veroorzaken bijna 50% van alle sterftes, kanker nog eens 25%. Ontelbare mensen lijden aan reuma, artritis en allergieën. Het aantal diabetespatiënten in Duitsland zal binnenkort reiken tot 10 miljoen. Veel wetenschappers beweren: ‘Zonder dierproeven zullen we sterven aan verschrikkelijke ziektes,’ maar zou het niet kunnen dat we net aan verschrikkelijke ziektes sterven door die dierproeven?

Gebrek aan bewijs dat dierproeven nuttig en nodig zijn

In 2004 wees wetenschappelijk onderzoek in Engeland uit dat dierproeven ernstige tekortkomingen hebben. Er werd gesteld dat men behandelingen toepast op patiënten ondànks de slechte resultaten die men bekomt in de proefdierlaboratoria, en dat de dierproefnemers dus blijkbaar geen enkel belang hechten aan deze proeven. Een van de conclusies van de auteurs was dat dierproeven vaak erg slecht worden georganiseerd en dat ze patiënten in gevaar kunnen brengen (1).

Andere onderzoeken bekritiseren de dierproefmethoden omdat ze vaak onsuccesvol zijn (2). Dieproefnemers rapporteren vaak over hun successen, maar enig gebruik voor menselijke patiënten blijft vaak uit. Meer dan twee decennia is men al bezig met AIDS-onderzoek. Wetenschappers die dierproeven doen beweren al lang dat het vaccin er ‘binnen twee jaar’ zal zijn (3), maar in 2004 waren 40 miljoen mensen geïnfecteerd met AIDS – een tragisch record. Toch blijven wetenschappers en overheden koppig weigeren om onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het werkelijk nut van medische proeven op dieren.

Een mens is geen muis

Verschillende diersoorten verschillen van elkaar op vlak van lichaamsstructuur, orgaanfuncties en metabolisme. Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen het voedingspatroon van honden en katten en de beweeglijkheid van hun ledematen, ondanks het feit dat beide soorten vier poten hebben en ze allebei natuurlijke jagers zijn. Sommige middelen tegen vlooien voor honden zijn dodelijk voor katten en veroorzaken bij hen verschrikkelijke stuiptrekkingen. Penicilline, wat goed is voor katten, is dodelijk voor hamsters, enzovoort.

De verschillen tussen mensen en dieren zijn zelfs nog groter. Toch breken dierproefnemers in laboratoria de knieën van honden om onderzoek te doen naar het helen van beenderen (4). De voorbeelden van verschillen tussen mensen en dieren zijn eindeloos – de manier van voortbewegen, het slaap- en waakpatroon, eet- en leefgewoontes, metabolistische processen, levensduur, hartslag- en ademritme, enzovoort. Dieren geven ook geen blijk van het hebben van hoofdpijn, misselijkheid of storingen in het zicht. Aanzienlijke leemtes in informatie zijn dan ook onvermijdelijk wanneer men vertrouwt op dierproeven.

Andere oorzaken

Zelfs mannen en vrouwen, kinderen en volwassenen, oude en jonge mensen verschillen zoveel van elkaar dat het fatale gevolgen zou hebben als dokters hier geen rekening mee houden. Psychologische factoren kunnen ook een grote invloed hebben op ziekte en gezondheid. Door de onnatuurlijke omstandigheden waarin dieren in laboratoria worden gehouden en de angst die ze er constant doormaken, hebben ze vaak afwijkende hormonenniveaus die de resultaten van het onderzoek vertekenen (5).

Bovenal kunnen dierproefnemers de oorzaak van een ziekte niet onderzoeken, omdat dieren in laboratoria op een artificiële manier ziek worden gemaakt. Onderzoek naar ziektepreventie is dan ook uitgesloten. Een mens krijgt geen kanker doordat er kankercellen in zijn of haar organen worden geïnjecteerd, dus hoe kan iemand verbaasd zijn wanneer Dr. Richard Klausner, directeur van het Nationaal Kanker Instituut (NCI) in de USA, de situatie als volgt beschrijft: ‘We kunnen kanker al jaren genezen bij muizen, maar dezelfde methode werkt simpelweg niet bij mensen’ (6). 

Mensen zijn niet blind of hebben geen hersenbeschadiging doordat hun ogen als kind werden dichtgenaaid. En onze reuma en artritis zijn niet het resultaat van bacteriën die werden ingespoten in onze ledematen. Menselijke ziektes hebben heel andere oorzaken.  

Onjuiste conclusies, zware gevolgen

Gedurende lange tijd werden de gevaren van asbest ontkent, omdat ratten deze stof 300 keer beter kunnen verdragen dan mensen (7). De kankerverwekkende effecten kwamen enkel aan het licht door medische onderzoeken op mensen die met asbest werken. Farmaceutische producten die veilig werden verklaard na experimenten op dieren, blijken herhaaldelijk onverwachte neveneffecten te hebben bij mensen. Om slechts enkele voorbeelden aan te halen: Thalidomide, Lipobay, Vioxx en de inenting voor de ziekte van Alzheimer hebben serieuze orgaankwetsuren en sterftes veroorzaakt.

Farmaceutische medicijnen worden in de helft van de gevallen binnen twee jaar teruggeroepen nadat ze een vergunning hebben gekregen. De helft van de waarschuwingen voor gebruik verschijnen pas binnen de volgende vijf jaar (8) – lang nadat de dierproeven beëindigd zijn. 

In Duitsland alleen worden naar schatting 210.000 hospitalisaties en 58.000 overlijdens in ziekenhuizen toegeschreven aan de neveneffecten van medicijnen. Vooraleer een medicijn een vergunning krijgt, wordt het uitgebreid getest op dieren en veel van de proefdieren worden erdoor vergiftigd. Op basis van deze tests krijgen de medicijnen een certificaat van efficiëntie en veiligheid. Wanneer het medicijn toch schadelijke gevolgen blijkt te hebben bij mensen, worden meer experimenten op dieren gedaan om uit te testen hoe schadelijk de stoffen precies zijn. Een recent voorbeeld hiervan is het neurodermatitis product Tacrolimus (9), dat in eerste instantie geacht werd vrij te zijn van neveneffecten, maar nu verondersteld wordt kankerverwekkend te zijn. Het feit dat dierproeven de ene dag op een bepaalde manier kunnen worden geïnterpreteerd en de volgende dag op een andere manier, afhankelijk van wat men wilt bewijzen, toont dat er een enorm risico aan verbonden is.

Voorkomen in plaats van genezen

Het zou veel beter zijn om ziektes te voorkomen in plaats van ze te behandelen als ze zich voordoen. Iedereen weet dat overgewicht, sigaretten en een gebrek aan beweging kunnen leiden tot hartproblemen. Waarom houden wij mensen hier dan zo weinig rekening mee? De belangrijkste reden is onze veronderstelling dat ziekte en dood andere mensen zal treffen, maar onszelf niet. De permanente schade die vetten, vlees, nicotine, alcohol, gebrek aan beweging enzovoort veroorzaken, vraagt veel van ons lichaam. Een andere reden is dan ook dat onze geneeskunde er enkel op gericht is om te genezen en te behandelen, samen met de farmaceutische industrie. Hierdoor geven ze ons de indruk dat zo goed als elke ziekte te genezen valt en dat beschadigde organen kunnen worden vervangen. 

Als we het oppervlakkig bekijken, lijkt het verleidelijk om te consumeren tot het uiterste en ons pas te laten behandelen wanneer er zich problemen voordoen. Maar hart- en vaatziekten en kanker alleen veroorzaken jaarlijks 610.000 sterftes in Duitsland. Hoewel proefdieren niet verantwoordelijk zijn voor onze ziektes en hun lijden ons niet heeft kunnen redden, blijft men hen massaal mishandelen. Desondanks kan 60 tot 80% van de ziektes niet worden behandeld of adequaat worden genezen (10). De wetenschap kan dus weinig successen voorleggen in vergelijking met het onnoemelijke leed dat wordt veroorzaakt. Twee derde van de kankers kan worden voorkomen door niet te roken en een gezonde voeding. Hetzelfde geldt voor hartziekten. 

Belastingsgeld verkwist

Wetenschappers verspreiden angst voor vreselijke ziektes en beloven tegelijkertijd dat dierproeven onze redding zijn, zodat ze genoeg geld en proefdieren ter beschikking krijgen. Deze angst voedt de goedgelovigheid van de mensen. Iemand die aan het verdrinken is zal ook de hand grijpen die hem wordt aangeboden – al is het de hand van een kannibaal. De regering ondersteunt dierproeven gewillig met belastingsgeld. Het nieuwe proefdiercentrum in Würzburg zal bijvoorbeeld 31 miljoen euro kosten; die in Mainz 29 miljoen en die in Erlangen 25 miljoen, om er maar enkele te noemen uit een lange lijst van proefdierlaboratoria. En dit zijn enkel de kosten om de gebouwen neer te zetten, de kosten van de experimenten zelf komen hier nog bovenop. Het is niet zonder reden dat vacatures voor dierproefnemers vaak vragen om ‘ervaring in het verwerven van onderzoeksfondsen’. Het moet worden gezegd dat slechts 2,8 miljoen euro werd vrijgemaakt voor dierproefvrije methoden voor heel Duitsland in 2004, dat is dus een tiende van de kosten voor het bouwen van het laboratorium aan de universiteit in Mainz.

Gewoonte in plaats van vooruitgang?

Dierproefnemers gebruiken ons belastingsgeld voor een onderzoeksmethode die niet alleen extreem wreed is, maar die ook nog nooit bewezen heeft echt te werken. Integendeel, deze methode heeft reeds tot duidelijke catastrofes geleid, waarvan verschillende met fatale afloop. Mensen hebben de neiging vast te houden aan gevestigde gewoonten, ook wanneer deze schadelijk voor hen zijn. Al bestaan er reeds methoden die overtuigend beter zijn dan experimenten op dieren, toch wordt het potentieel van diervriendelijke onderzoeksmethoden niet volledig uitgewerkt. Er is weinig hoop dat dierproefnemers vrijwillig de rijke vloed van onderzoeksfondsen aan zich zullen laten voorbijgaan. De regering ziet geen reden om de problematische verhouding tussen kosten en baten van dierproeven te bespreken. Zodoende blijft men deze economische sector promoten, die zoveel schade berokkent bij de proefdieren, die de belastingbetaler mee financiert en die de gezondheid van patiënten in gevaar brengt.

Professor Schwarz van de Medizinischen Hochschule Hannover stelt: ‘We hebben nood aan een structurele hervorming die de nadruk legt op ziektepreventie in plaats van te focussen op reparatieve geneeskunde. We moeten actief gaan investeren in gezondheid, omdat we simpelweg geen reparatieve operaties kunnen blijven financieren’ (10). Een van de problemen is dat de farmaceutische industrie, die hieraan het meeste geld verdient, niet kan leven van gezonde mensen, maar van de zieken.

We zouden er goed aan doen om ons te bezinnen over ons medicatiesysteem, over onze eigen mogelijkheden om aan preventie te doen, over het nut en de gevaren van dierproeven en over de kansen die alternatieve onderzoeksmethoden ons kunnen geven, nu we nog gezond en onafhankelijk zijn. Op deze manier kunnen we zelf een beslissende impact hebben op onze eigen gezondheid. Ook zouden we moeten eisen dat onze beleidsmakers het pad van dierproeven verlaten en eindelijk kiezen voor een geneeskunde die weldadig is voor mensen én dieren.

Vertaling van :  ‘Are animal experiments our salvation? Most illnesses are not curable’ van Astrid Reinke, veterinair chirurg, verbonden aan Ärzte gegen Tierversuche e.V. http://www.aerzte-gegen-tierversuche.de/

Referenties

(1) BMJ Vol. 328-28.02.2004, pp.514-517
(2) Altex 18, 3/01; Brain study challenges multiple sclerosis theory, New Scientist 28 February 2004, p.17
(3) Der Spiegel 50/1995, pp.206-212
(4) Journal of Orthopaedic Trauma, 2003, 17(2), pp.113-118
(5) ContemporaryTopics in Laboratory Animal Science, December 2004
(6) The Times, 30.07.02
(7) Ann. Occup. Hyg. 1995: 39, 715-725
(8) JAMA 2002: 287, 2215-20
(9) Süddeutsche Zeitung, 18.2.2005
(10)  http://www.br-online.de/umwelt-gesundheit/thema/vorsorge/auswege.xml