Foute wetenschap
Het gebruik van dieren voor proeven is niet alleen onethisch, barbaars en wreed, het is bovendien waardeloos, overbodig, inaccuraat, informatieloos en vaak gevaarlijk misleidend. In onderstaand artikel lees je in 50 korte puntjes waarom dierproefonderzoek foute wetenschap is, en de gevaren bij de veronderstelling dat resultaten van onderzoek op dieren naar mensen overzetbaar zijn. De tekst is de vertaling van ‘Bad Science’ van de Americans for Medical Advancement.
1. Ondanks klinische en epidemiologische bewijzen dat blootstelling aan benzeen leukemie veroorzaakte bij mensen, werd het niet van de markt gehaald als industriële chemische stof, omdat testen gesteund door de fabrikant geen leukemie in muizen konden voortbrengen. [1]
2. Aangenomen werd dat roken niet kankerverwekkend was omdat kanker als gevolg van roken moeilijk voort te brengen was in laboratoriumdieren. Als gevolg hiervan rookten velen verder en stierven velen aan kanker. [2]
3. Testen op proefdieren zoals ratten, hamsters, cavia's, muizen, apen en bavianen brachten geen enkele link aan het licht tussen glasvezels en kanker. Pas in 1991, ten gevolge van studies op mensen, labelde de OSHA (Occupational Safety & Health Administration) glasvezels als kankerverwekkend. [3][4][5]
4. Alhoewel arsenicum decennia lang bekend was als kankerverwekkende stof voor mensen vonden wetenschappers nog altijd te weinig bewijs hiervoor bij dieren en kwamen ze pas tot deze conclusie in 1977. [6] Dit was de geaccepteerde visie totdat het uiteindelijk mogelijk werd om kanker in dieren te veroorzaken. [7][8][9]
5. Veel mensen bleven blootgesteld aan asbest en stierven eraan omdat wetenschappers de kanker niet konden opwekken bij proefdieren.
6. De ontwikkeling van pacemakers en hartkleppen werd vertraagd ten gevolge van de fysiologische verschillen tussen de dieren waarvoor ze ontworpen waren en de mensen waarvoor ze bedoeld waren.
7. Modellen afgeleid van dieren konden niet aantonen dat een dieet hoog aan cholesterol en vetten het risico op kransslagaderaandoeningen verhoogt. In plaats van preventief hun eetgewoonten te veranderen, bleven mensen met een vals gevoel van zekerheid hun huidige levenswijze behouden.
8. Patiënten kregen medicatie die schadelijk of niet effectief was ten gevolge van het gebruik van dierlijke modellen voor onderzoek naar beroertes.
9. Studies op dieren voorspelden dat beta-blockers de bloeddruk niet zouden verminderen. Dit hield de ontwikkeling van beta-blockers tegen. [10][11][12] Zelfs de dierproefnemers gaven de mislukking van dierlijke modellen voor onderzoek naar hypertensie (hoge bloeddruk) toe in dit verband, maar ondertussen waren er nog duizenden slachtoffers van beroertes als gevolg van hypertensie.
10. Artsen dachten dat ze de radiaire keratotomie - een operatie die een beter zicht zonder bril mogelijk maakt - geperfectioneerd hadden bij konijnen, maar de procedure maakte de eerste menselijke patiënten blind. (Het hoornvlies (cornea) bij konijnen kan regeneren aan de onderkant, terwijl bij mensen de cornea alleen kan regenereren aan de oppervlakte). De operaties worden nu alleen aan de oppervlakte van de cornea uitgevoerd.
11. Gecombineerde hart-long transplantaties werden zogezegd 'geperfectioneerd' op dieren, maar de eerste 3 menselijke patiënten stierven allemaal binnen 23 dagen. [13] Van de 28 patiënten die geopereerd werden tussen 1981 en 1985 stierven er 8 tijdens de operatie en 10 ontwikkelden chronische afstoting (OB, obliteratieve bronchiolitis), een complicatie in de longen die de honden waarop men geëxperimenteerd had niet hadden ontwikkeld. Van deze 10 mensen die chronische afstoting ontwikkelden stierven er 4 en 3 konden nooit meer ademen zonder de hulp van een respirator (beademingsapparaat). Chronische afstoting bleek later het grootste risico te zijn bij deze operaties. [14]
12. Cyclosporine A vermijdt de afstoting van organen, en de ontwikkeling ervan was een mijlpaal in het succes van transplantaties. Waren de bewijzen bij mensen van de goede werking niet zo overduidelijk aanwezig geweest ten opzichte van de weinig beloftevolle resultaten bij dieren, dan zou het nooit op de markt gebracht zijn. [15]
13. Experimenten op dieren konden de toxiciteit van het algemene anesthesiemiddel methoxyfluraan niet aantonen. Veel mensen verloren hun nierfuncties daardoor.
14. Experimenten op dieren vertraagden het gebruik van spierverslappers tijdens algemene verdovingen.
15. Onderzoek op dieren faalde in de bekendmaking van bacteriën als de veroorzaker van zweren en vertraagde zo de behandeling van zweren met antibiotica.
16. Meer dan de helft van de 198 nieuwe medicijnen die uitgebracht werden tussen 1976 en 1985 werden ofwel terug van de markt gehaald ofwel opnieuw gelabeld als gevolg van niet voorspelde ernstige bijwerkingen.[16] Deze bijwerkingen waren onder andere complicaties zoals dodelijke hartritmestoornissen, hartaanvallen, nierfalen, toevallen, ademhalingsstilstand, leverfalen en beroertes.
17. Flosint, een medicatie tegen artritis, was getest op ratten, apen en honden en allen verdroegen de medicatie goed. Echter, bij mensen veroorzaakte Flosint dodelijke slachtoffers.
18. Zelmid, een antidepressivum, was getest op ratten en honden zonder noemenswaardige voorvallen, maar het veroorzaakte ernstige neurologische problemen bij mensen.
19. Nomifensine, een andere antidepresivum, werd gelinkt aan lever- en nierfalen, anemie (bloedarmoede) en dood bij mensen. Nochtans hadden dierproeven ‘aangetoond’ dat het gebruikt kon worden zonder dat er neveneffecten zouden optreden.
20. Amrinone, een medicijn dat gebruikt werd bij hartfalen, was getest op vele dieren en werd uitgebracht zonder enige angst voor bijeffecten. Maar mensen ontwikkelden thrombocytopenia, een tekort aan het type bloedcellen die verantwoordelijk zijn voor de bloedstolling.
21. Fialuridine, een antiviraal medicijn, veroorzaakte leverschade bij 7 op 15 mensen. Vijf ervan stierven uiteindelijk en nog 2 hadden een levertransplantatie nodig [17], terwijl Fialuridine goed had gewerkt bij bosmarmotten. [18][19]
22. Clioquinol, een middel tegen diarree, doorstond de testen in muizen, katten, honden en konijnen. Maar het moest in 1982 wereldwijd van de markt gehaald worden nadat men ontdekte dat het blindheid en verlamming veroorzaakte bij mensen.
23. Eraldin, een medicijn tegen hartziektes veroorzaakte doden en blindheid bij mensen ondanks het feit dat er geen hinderlijke effecten konden worden aangetoond bij dieren. Bij de introductie van het medicijn zeiden wetenschappers dat Eraldin het bewijs was van de grondigheid waarmee toxiciteittesten werden uitgevoerd bij dieren. Achteraf waren wetenschappers niet in staat om deze resultaten te reproduceren bij dieren. [20]
24. Opren, een medicijn tegen arthritis doodde 61 mensen. Meer dan 3500 gevallen van ernstige reacties werden opgetekend. Opren was probleemloos getest op apen en andere dieren.
25. Zomax, een ander geneesmiddel tegen arthritis, was verantwoordelijk voor de dood van 14 mensen en veroorzaakte lijden bij velen anderen.
26. De dosis isoproterenol, een medicijn gebruikt om astma te behandelen, die gegeven werd aan mensen was berekend aan de hand van dierproeven. Jammer genoeg was het veel te toxisch voor mensen. Alleen al in Groot-Brittannië stierven 3500 astmapatiënten ten gevolge van een overdosis. Het is nog steeds moeilijk om deze resultaten te reproduceren bij dieren. [21][22][23][24][25][26]
27. Methysergide, een medicijn gebruikt om hoofdpijn bij mensen te behandelen leidde tot retroperitoneale fibrose ofwel ernstige bindweefselvermeerdering aan het hart, nieren en de abdominale bloedvaten. [27] Wetenschappers waren niet in staat om dit te veroorzaken bij dieren. [28]
28. Suprofen, een geneesmiddel tegen arthritis werd van de markt gehaald toen patiënten niervergiftigingen kregen. Voordat het werd uitgebracht hadden de wetenschappers het volgende gezegd over de dierproeven: “Uitstekend veilig profiel. In geen enkel diersoort cardiacale effecten, renale effecten of effecten op het centraal zenuwstelsel.” [29][30]
29. Surgam, een ander geneesmiddel tegen arthritis werd ontworpen om een maagbeschermend effect te hebben zodat maagzweren, een vaak voorkomende nevenwerking van vele geneesmiddelen tegen arthritis, voorkomen konden worden. Alhoewel het veelbelovend was in testen bij proefdieren, kwamen maagzweren voor bij testen op mensen. [31][32]
30. Selacryn, een diureticum, was grondig getest op dieren maar werd van de markt gehaald in 1979 nadat 24 mensen stierven aan leverfalen veroorzaakt door dit geneesmiddel. [33][34]
31. Perhexiline, een medicijn voor het hart, werd van de markt gehaald toen het een leverfalen veroorzaakte, wat niet voorspeld werd door de dierproeven. Zelfs wanneer het specifiek type van leverfalen bekend werd, kon het niet opgewekt worden bij dieren. [35]
32. Domperidone, ontworpen als geneesmiddel tegen misselijkheid en braken zorgde ervoor dat menselijke harten onregelmatig gingen kloppen, en moest dus teruggeroepen worden van de markt. Wetenschappers waren niet in staat om dit effect te veroorzaken bij honden, zelfs niet met een dosering die 70 keer hoger lag dan de normale dosering. [36][37]
33. Mitoxantrone, een behandeling tegen kanker leverde hartfalen op bij mensen. Het was uitgebreid getest op honden, die geen tekenen van dit effect vertoonden. [38][39]
34. Carbenoxalone zou de vorming van maagzweren voorkomen maar het veroorzaakte waterophoping bij mensen tot op het punt dat hartfalen werd veroorzaakt. Nadat vivisectoren wisten wat het aanrichtte bij mensen testten ze het op ratten, muizen, apen, konijnen, maar ze konden dit effect niet reproduceren. [40][41]
35. Clindamycine, een antibioticum, veroorzaakt een darmaandoening pseudomembraneuze colitis genaamd. Nochtans was het gedurende een jaar lang elke dag getest op ratten en honden, bovendien konden deze dosissen aan die tien keer groter waren dan de dosis die mensen konden verdragen. [42][43][44]
36. Experimenten op dieren toonden de doeltreffendheid van geneesmiddelen van het valium-type niet aan tijdens de ontwikkeling ervan of daarna. [45][46]
37. De farmaceutische bedrijven Pharmacia en Upjohn annuleerden de klinische tests van Linomide (roquinimex) tabletten voor de behandeling van multiple sclerose, nadat verschillende patiënten hartaanvallen kregen. Van de 1200 patiënten kregen er 8 een hartaanval ten gevolge van de medicatie. Dierproeven hadden dit niet voorspeld.
38. Cylert (pemoline), een geneesmiddel gebruikt om ADHD (Attention Deficit Hyperactive Disorder) te behandelen, veroorzaakte leverfalen bij 13 kinderen. Elf stierven of hadden een levertransplantatie nodig.
39. Bij Eldepryl (selegiline), een geneesmiddel dat gebruikt wordt om de ziekte van Parkinson te behandelen, ontdekte men dat het een zeer hoge bloeddruk veroorzaakte. Deze nevenwerking had men niet gezien bij dieren.
40. De combinatie van fenfluramine en dexfenfluramine (geneesmidden gebruikt om af te vallen) werd gelinkt aan hartklepstoornissen en van de markt gehaald terwijl de studies op dieren geen afwijkingen aan het hart aan het licht brachten. [47]
41. De medicatie tegen diabetes op basis van troglitazone, beter bekend als Rezulin, was getest op dieren zonder significante problemen, maar het veroorzaakte leverschade bij mensen. De fabrikant gaf toe dat als gevolg hiervan ten minste een patiënt gestorven was en een andere een levertransplantatie moest ondergaan. [48]
42. De plant vingerhoedskruid (digitalis) werd eeuwenlang gebruikt om hartaandoeningen te behandelen. Echter, klinische tests van een geneesmiddel op basis van vingerhoedskruid werden vertraagd omdat het hoge bloeddruk bij dieren veroorzaakte. Gelukkig waren de bewijzen dat het goed werkte bij mensen overtuigend en ten gevolge daarvan heeft digoxine, een analoog van vingerhoedskruid, ontelbare levens gered. Veel meer mensen hadden gered kunnen worden als de testen op dieren genegeerd waren en vingerhoedskruid eerder werd vrijgegeven. [49][50][51][52]
43. FK 506, nu Tacrolimus genaamd, is een anti-afstotingsmiddel dat bijna opgegeven werd voordat men doorging met de klinische testen. Dit omdat het ernstig toxisch was voor dieren. [53][54]. Dierproeven suggereerden dat de combinatie van FK506 met cyclosporine beter bruikbaar was. [55] In feite bleek net het omgekeerde waar bij mensen. [56]
44. Dierproeven suggereerden dat corticosteroïden zouden helpen bij een septische shock, een ernstige bacteriële infectie in het bloed. [57][58] Mensen reageerden echter anders. Deze behandeling verhoogde de kans op sterven in gevallen van septische shock. [59]
45. Ondanks de ondoeltreffendheid van penicilline bij konijnen, gebruikte Alexander Fleming deze antibiotica bij een zwaar zieke patiënt omdat hij niets anders had om te proberen. Gelukkig had Fleming zijn eerste testen niet op cavia's of hamsters uitgevoerd, want het doodt hen. Howard Florey, de Nobelprijswinnaar als medeontdekker en maker van penicilline, verklaarde: 'Wat een geluk dat we deze dierproeven niet hadden in de jaren ‘40, want penicilline zou waarschijnlijk nooit een licentie gekregen hebben en mogelijkerwijze zou dit hele spectrum van antibiotica nooit gerealiseerd zijn'. [Nvdr: deze quote wordt ook wel aan Alexander Fleming zelf toegeschreven]
46. Fluoride, een tandbeschermer tegen gaatjes, werd in eerste instantie achtergehouden omdat het kanker bij ratten veroorzaakte. [60][61][62]
47. Het beruchte en gevaarlijke geneesmiddel thalidomide en DES waren getest bij dieren en vrijgegeven voor menselijk gebruik. Tienduizenden leden en/of stierven als gevolg van het gebruik ervan.
48. Dierproeven misinformeerden wetenschappers over de snelheid waarmee HIV zich reproduceert. Gebaseerd op deze foutieve informatie kregen patiënten niet meteen behandelingen waardoor hun leven verkort werd.
49. Volgens Dr. Albert Sabin, uitvinder van het polio vaccin, vertraagde het onderzoek op basis van dierproeven de ontwikkeling ervan. De eerste vaccins tegen polio en hondsdolheid werkten goed bij dieren maar doodden of verlamden de mensen die ze probeerden.
50. Onderzoekers die met dieren werkten zijn bezweken ten gevolge van blootstelling aan ziektes die - terwijl ze ongevaarlijk zijn bij de dieren (zoals Hepatitis B) - al dan niet potentieel dodelijk zijn voor mensen.
Referenties
[1]Lancet, June 25 1977, pp1348-9.
[2]N. Sax, Cancer-causing Chemicals, Van Nostrand 1981.
[3]The Guardian, July 20 1991.
[4]Occupational Lung Disorders, Butterworth 1982.
[5]Toxicology and Industrial Health, 1990, vol.6, pp293-307.
[6]J. Nat. Cancer Inst., 1969, vol.42, pp1045-52.
[7]Br. J. Cancer, 1947, vol.1, pp192-251.
[8]Advances in Modern Toxicology, vol.2, Wiley, 1977.
[9]J. Nat. Cancer Inst, 1962, vol.5, p459.
[10]D. Fitzgerald, The Development of New Cardiovascular Drugs in Recent Developments in Cardiovascular Drugs, eds. Coltart and Jewitt, Churchill, Livingstone, 1981.
[11]Perspectives in Biology and Medicine, 1980 Part 2, S9-S24.
[12]Pharmacy International, Feb. 1986; pp33-37.
[13]Lancet, i, 1983, pp130-2.
[14]Lancet, 1, no. 8480, March 8, 1996, pp517-519.
[15]Annals of Internal Medicine, 1984, vol.101, pp667-682.
[16]GAO/PEMD-90-15 FDA Drug Review: Postapproval Risks, 1976-1985.
[17]NEJM, 333;1099-1105, 1995.
[18]J. NIH Res., 1993, 5, pp33-35.
[19]Nature, 1993, July 22, p275.
[20]Nature, 1982, April 1, pp387-90. and British Medical Journal, 1983, Jan 15, pp199-202, and Drug Monitoring, 1977 and Pharmacologist, 1964, vol. 6, pp12-26, and Pharmacology: Drug Actions and Reac. and Advances in Pharm, 1963, vol. 2, pp1-112, and Nature, 1982, April 1, pp387-390.
[21]Pharmacologist, 1971, vol.18, p272.
[22]Br. J. of Pharm., 1969, Vol. 36, pp35-45.
[23]W. H. Inman, Monitoring for Drug Safety, MTP Press, 1980.
[24]Am. Rev. Resp. Diseases, 1972, vol.105, pp883-890.
[25]Lancet, 1979, Oct.27, p896.
[26]Toxicology and Applied Pharmacology,1965, vol. 7, pp1-8.
[27]Animal Toxicity Studies: Their Relevance for Man, Quay Pub. 1990.
[28]British Medical Journal, 1974, May 18, pp365-366.
[29]Drug Withdrawl from Sale, PJB Publications, 1988.
[30]Pharmacology, 1983, vol.27 (suppl 1), pp87-94, and FDA Drug Review: Postapproval Risks 1976-1985 (US GAO), April 1990.
[31]Gut, 1987, vol.28, pp515-518.
[32]Lancet, Jan 10 1987, pp113-114.
[33]Toxicolo. Letters, 1991, vol.55, pp287-293.
[34]Drug Withdrawl from Sale, PJB Publications, 1988.
[35]Reg. Tox. and Pharm., 1990, vol.11, pp288-307, and Postgraduate Med. Journal, 1973, vol.49, April Suppl., pp125-130.
[36]Drugs, 1982, vol.24, pp360-400.
[37]Animal Toxicity Studies, Quay, 1990.
[38]Lancet, 1984, July 28, pp219-220.
[39]Martindale: The Extra Pharmacopoeia, 29th edition, Pharmaceutical Press, 1989.
[40]Br. Nat. Form., no.26, 1993.
[41]Reg. Tox. and Pharm., 1990, vol.11, pp288-307.
[42]British Medical Journal, 1983, Jan 15, pp199-202.
[43]Br. Nat. Form., no.26, 1993.
[44]Tox. and Appl. Pharm., 1972, vol. 21, pp516-531.
[45]The Benzodiazepines, MTP Press, 1978.
[46]Drugs and Therapeutics Bulletin, 1989, vol.27, p28.
[47]As quot. in Activate For Animals, Oct. 1997, The American Antivivisection Society.
[48]Parke-Davis letter, dated Oct. 31, 1996.
[49]W. Sneader, Drug Discovery: The Evolution of Modern Medicine, Wiley, 1985.
[50]T. Lewis, Clinical Science, Shaw and Sons Ltd., 1934.
[51]Federation Proceedings, 1967, vol.26, pp1125-30.
[52]Toxicology In Vitro, 1992, vol.6, pp.47-52.
[53]JAMA, 1990, April 4, p1766.
[54]Lancet, 1989, July 22, p227.
[55]Lancet, 1989, Oct 28, pp1000-1004.
[56]Hepatology, 1991, vol.13, pp1259-1260.
[57]Drugs and Therapeutics Bulletin, 1990, vol.28, pp74-75.
[58]Anesthesiology: Proceedings of the VI World Congress of Anesthesiology, Mexico City 1977.
[59]NEJM, 1987, Sep. 10, pp653-658.
[60]The Causes of Cancer, 1981, Oxford Press.
[61]J. NIH. Res., 1991, vol.3, p46.
[62]Nature, 1991, Feb 28, p732.
Bron: Americans for Medical Advancement



